• 2 minuten leestijd

Dankbaar voor yin en yang in UZ Leuven


Op 1 april jl. viel ik in een onbeschermd trapgat en brak een ruggenwervel. Nu de dagelijkse batterij pijnstillers geslonken is, kan ik helder schrijven over de dankbaarheid die ik heb gevoeld voor alle hulpverleners, en vooral dan voor de gelijktijdige aanwezigheid van hun vakkundige daadkracht en afgestemde betrokkenheid.

In begeleidingen van directieteams en in Ontdek je Eigen Frequentie heb ik het wel eens over yin en yang. Yang is de masculiene kracht die doelgericht, gefocust in actie komt en dingen gedaan kan krijgen. Yin is de ontvankelijke, dragende en mededogende kracht die verbindt. Onze organisaties en hun leidende teams zijn vaak eenzijdig yang, terwijl duurzame samenwerking vereist dat je beide krachten tegelijk kunt inzetten. Bijvoorbeeld: overtuigd van je eigen standpunt én open voor andere meningen; scherp én mild; kordaat én meevoelend.

Precies die gelijktijdigheid van yange daadkracht, vakervaring en oplossingvermogen en yinne betrokkenheid en rekening houden met mijn beperkte mogelijkheden, heb ik die eerste week van april (letterlijk) aan den lijve mogen ondervinden.

Voorbeelden in overvloed.

De MUG-arts die zonder aarzelen morfine toedient en de ambulancier die op haar knieën naast me wacht tot ik mezelf eindelijk uit mijn pijnlijk geblokkeerde houding in haar schoot durf kantelen. De ambulancier die van achter het stuur voorstelt om een langere rugvriendelijke route te nemen in de plaats van de kortere kasseiroute voor onze deur. De verpleger op de Spoed die spontaan een bekertje water brengt. De neurochirurg die de tijd neemt om vakkundig de toestand van de breuk, de komende ingreep en de revalidatie in mensentaal uit te leggen en met oogcontact luistert en onze vragen beantwoordt. De verplegers/sters die de volgende twee dagen de truken kennen om mij om de paar uur kort en krachtig in bed te draaien en daarbij pijn en ongemak zo kort mogelijk houden. De anesthesist die me aankondigt dat ik meteen zal ‘vertrekken’. De acht staafjes titanium die gemillimeterd ingeboord worden en meteen een permanente verblijfsvergunning krijgen. De dokters-assistenten die me twaalf uur later al op de rand van het bed en rechtopstaand willen zien. ‘Dan wachten we toch tot morgen’ stelt er één gerust wanneer ik zeg dat mijn heupen dat nog niet aankunnen. De kinesiste die me een dag later vriendelijk uitdaagt om trappen te gaan nemen. De schoonmaakster die elke dag geruisloos mijn kamer komt dweilen.

Daarom: Chapeau aan de ploegen van UZ Gasthuisberg die mij tussen 1 en 6 april daadkrachtig én betrokken verzorgden. Het effect was voelbaar! Ik ken niet al hun namen, maar ik ben elk van hen heel dankbaar.